|
|
Bliksembeveiliging,
Zoals algemeen bekend, is bliksem een door Franklin ontdekt, elektrisch verschijnsel:
Een ontlading van wolk naar aarde of omgekeerd, waarbij stromen tot wel 200.000 Ampere kunnen lopen. Door deze stromen ontstaat een grote verhitting van de lucht, die daardoor uitzet en de bekende onweersknal veroorzaakt. Als deze stroom door een object gaat, kan er allerlei schade ontstaan: Ontzette muren en schoorstenen, brand, elektrische installaties stuk. Vandaar dat beveiliging tegen bliksemschade op elektrotechnische wijze wordt uitgevoerd: Het leggen van geleiders van de bovenzijde van een object naar de aarding, en het onderling koppelen van metalen delen.
De huidige bliksembeveiliging maakt in Nederland vooral gebruik van het principe van de kooi van Faraday: binnen de kooi van Faraday ontstaat een beveiligde zone waarbinnen men beschermd is tegen blikseminslag.
Daarnaast kan men volgens internationale normen ook bliksembeveiliging met behulp van opvangmasten, geïsoleerd, of vrijstaand van het object, uitvoeren.
Een volledige bliksembeveiliging bestaat uit de volgende onderdelen:
Opvanginrichting
Afleiders
Aardingsysteem
Potentiaalvereffening ofwel spanningsvereffening
Bliksembeveiliging kan op diverse niveaus plaatsvinden. De klasse-indeling volgens NEN 1014 is als volgt:
- LP1, beveiligingsgraad 0,5: voor eenvoudige objecten en stalen constructies
- LP2, beveiligingsgraad 0,8: traditionele uitwendige beveiliging (voor 1992)
- LP3, beveiligingsgraad 0,9: huidige standaardbeveiliging met inwendige beveiliging
- LP4, beveiligingsgraad 0,99: uitgebreide beveiliging voor kwetsbare objecten
| |